Knelpunten van achterban PBR

Het Platform Buitenlanders Rijnmond (PBR) is in haar 25-jarige bestaan uitgegroeid tot een koepelorganisatie met ruim 50 lidorganisaties van 22 verschillende nationaliteiten. Het PBR ondersteunt niet alleen haar lidorganisaties, maar ook andere organisaties, die (nog) niet lid zijn van het PBR. In totaal verleent het PBR op jaarbasis aan minimaal 70 organisaties ondersteuning. Het PBR zet zich als maatschappelijke organisatie in voor de belangen van deze migrantengroepen in de stad en ondersteunt en begeleidt hen bij hun participatie aan- en integratie in de Rotterdamse samenleving.
Met een dergelijke achterban en daarnaast een zeer groot netwerk, is het PBR snel op de hoogte van wat er speelt in de samenleving. Knelpunten, waarmee migranten(organisaties) te maken krijgen, worden vaak doorgegeven aan het PBR. Waar mogelijk probeert het PBR hier vervolgens mee aan de slag te gaan en deze knelpunten op te lossen. Dit doet het PBR door als intermediair tussen de zelforganisaties en beleidsmakers en/ of andere instellingen op te treden en door het beleid te beïnvloeden. Tevens probeert het PBR de knelpunten zoveel mogelijk onder de aandacht te brengen van de Rotterdamse samenleving. In onderstaand overzicht worden de belangrijkste knelpunten, waar de achterban van het PBR tegenaan loopt, weergegeven.

Onduidelijkheid toekomst ID-ers
Veel zelforganisaties werken met de zogenoemde ID-ers (Instroom- Doorstoom banen), die uiteindelijk moeten doorstromen naar een reguliere baan. Deze ID-ers hebben allen in afgelopen jaren een assessment moeten ondergaan, waarna bepaald werd binnen hoeveel tijd zij zouden moeten doorstromen naar een reguliere baan. Voor veel zelforganisaties betekent dit dat zij hun organisatie nu zonder ID-er moeten draaien, terwijl deze ID-ers juist vaak de dagelijkse gang van zaken in goede banen leidden. Het verlies van ID-ers is dus van grote invloed op deze zelforganisaties.
De organisaties, die nog wél ID-ers in dienst hebben, hebben afgelopen jaren steeds hogere kosten hiervoor moeten betalen. De subsidie voor de ID-ers is echter niet mee gestegen met deze verhoging van kosten (loonkosten, administratiekosten). Dit zorgt ervoor dat de organisaties zelf steeds meer voor de ID-ers moeten betalen, wat voor de meeste vrijwilligersorganisaties haast niet op te brengen is. Al met al hebben deze wijzigingen in de afgelopen jaren voor veel onzekerheid en problemen voor de zelforganisaties gezorgd.

Lastige procedures subsidieaanvragen
De meeste zelforganisaties zijn voor het uitvoeren van hun activiteiten afhankelijk van subsidies van (deel)gemeente(n), fondsen, kleine bijdragen van deelnemers en sponsors. Om subsidie aan te vragen bij de gemeente en veelal ook bij de deelgemeenten, zijn de organisaties verplicht te werken met zeer ingewikkelde aanvraagformulieren, welke ook gebruikt worden voor de professionele organisaties en instanties. Voor veel zelforganisaties zijn deze subsidieprocedures erg lastig, waardoor het hen vaak niet lukt om zelfstandig subsidie aan te vragen. Het PBR pleit dan ook voor een eenvoudige subsidieprocedure voor kleine aanvragen van vrijwilligersorganisaties.

Accommodatie zelforganisaties
De meeste zelforganisaties hebben geen eigen locatie, waardoor zij voor hun activiteiten afhankelijk zijn van locaties van derden. Het PBR ziet dat het voor de zelforganisaties steeds moeilijker wordt om gebruik te maken van locaties van derden, zoals van het buurt- en clubhuizen. Deze buurt- en clubhuizen lijken sneller vol te zitten en rekenen vaker vrij hoge bedragen (commerciële tarieven) voor het gebruik van hun ruimtes. Hierdoor wordt het voor zelforganisaties steeds moeilijker om voor hun activiteiten een geschikte locatie te vinden.

Inburgering
Het PBR vindt het een positieve ontwikkeling dat door invoering van de Wet Inburgering vele inburgeringsplichtigen aangemoedigd worden zich de Nederlandse taal eigen te maken. Hierdoor zal een grote groep makkelijker de weg in de Nederlandse samenleving vinden en ook meer participeren in deze samenleving. Toch is er in de uitvoering van de wet in Rotterdam wel een aantal punten, waarover het PBR zich zorgen maakt.
Uit het voorstel blijkt dat de gemeente bij het doen van een aanbod voor inburgeringstrajecten voorrang geeft aan onder andere uitkeringsgerechtigden. Het baart het PBR zorgen dat ook deze groep een eigen bijdrage moet opbrengen. Uitkeringsgerechtigden behoren immers tot de lagere economische klassen en leven vaak rond het bestaansminimum. Voor hen kan elke extra uitgave een groot probleem zijn en hen dwingen te korten op de uitgaven voor de basisbehoeften. Het PBR vraagt zich af of (de hoogte van) de eigen bijdrage gekoppeld kan worden aan het inkomen en/ of betaald kan worden vanuit de bijzondere bijstand.
De gemeente Rotterdam zal gaan werken met een boetesysteem voor de weigeraars en degenen, die het inburgeringsexamen niet halen. Het PBR hoopt dat het boetesysteem bij overtredingen met gepaste rechtvaardigheid gehandhaafd wordt. De gemeente geeft aan dat er ruimte is om inburgeraars uitstel te verlenen of te ontslaan van hun verplichtingen, indien er omstandigheden zijn waardoor de persoon de termijn niet heeft kunnen halen of wanneer de inburgeraar voldoende aantoonbare inspanningen heeft verricht, maar toch er niet in is geslaagd het inburgeringsexamen te halen.
Het PBR wil de gemeente vragen extra aandacht te besteden aan die mensen die moeite hebben met lezen en schrijven of die door gezondheidstoestand moeite hebben met leren. Voor hen zal de gestelde termijn moeilijk of niet haalbaar zijn.

Pensioengat
De meeste eerste generatie migranten, die voor werk naar Nederland zijn gekomen, hebben nu veelal te maken met een zogenaamd AOW-gat. Doordat zij op latere leeftijd naar Nederland gekomen zijn, hebben zij maar gedeeltelijk AOW-rechten opgebouwd. Om een volledige oudedagsvoorziening van de overheid te krijgen, moet iemand tussen zijn 15e en 65e jaar in Nederland hebben gewoond. Voor ieder jaar dat iemand niet in Nederland heeft gewoon, wordt de AOW gekort met 2%. Het PBR hoopt dat de overheid met maatregelen komt, zodat migranten niet de dupe worden van deze regeling.

Verschillen in beleid van de deelgemeenten
De deelgemeenten van Rotterdam voeren verschillend beleid ten aanzien van migrantenorganisaties. In sommige deelgemeenten is het voor vrijwilligersorganisaties mogelijk om tegen sociaal tarief gebruik te maken van de ruimtes van de club- en buurthuizen. In andere deelgemeenten is dit of niet mogelijk of worden commerciële tarieven gerekend. In een aantal deelgemeenten wordt met relatief eenvoudige formulieren voor subsidieaanvragen voor vrijwilligers gewerkt. In andere deelgemeenten moeten de vrijwilligersorganisaties een zeer lastige subsidieprocedure ingaan, willen zij kans maken op een subsidie. Het PBR pleit voor betere afstemming tussen de deelgemeenten ten aanzien van hun beleid rondom zelforganisaties in het bijzonder en vrijwilligersorganisaties in het algemeen.